Kwartaalupdate t/m 11 augustus 2026
Tips voor de Ondernemer
Invoering Wet rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst vastgesteld
- Nog op oude wijze tijdig terugvragen buitenlandse btw
- Informatieplicht franchisegever
- Start tijdelijke verlaging vrachtwagenheffing
- Wanneer mag u wettelijke rente in rekening brengen?
- Start tweede aanvraagronde AanZET-subsidie!
- Milieuprestatie-eisen bij nieuwbouw gewijzigd
- Nieuwe kunstmestvervanger beschikbaar
Tips voor de DGA
- Afzien van pensioen bij echtscheiding – voorkom een schenking!
- Begin tijdig met aflossen schulden bij uw bv
Tips voor werkgevers en werknemers
- Tijd dringt voor aanvraag SLIM-subsidie mkb
- Aanpassingen pseudo-eindheffing fossiele auto van de zaak
- Start herstel fouten WIA-uitkeringen
- Einde aanvraagperiode subsidieregeling Praktijkleren nadert
- Afschaffing compensatie transitievergoeding nog onzeker
- Maak tijdig bezwaar tegen Wtl-beschikking 2025
- Bent u al klaar voor de Wtta?
Tips voor elke belastingbetaler
- Verbeteringen Wet werkelijk rendement box 3
- Einduitspraak massaalbezwaarplusprocedures box 3
- Regel je digitale nalatenschap
- Uitvoering 30-jaarstermijn hypotheekrenteaftrek groot vraagteken
- Telemarketing verder beperkt
Tips voor de ondernemer
Invoering Wet rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst vastgesteld
Op 16 juni jl. heeft ook de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel ‘Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief’. Daarna was het wachten op het koninklijk besluit voor de datum van inwerkingtreding. Dat besluit is op 15 juli 2026 in het Staatsblad geplaatst. De inwerkingtredingsdatum is vastgesteld op 31 december 2026. Vanaf dat moment geldt dat als een zzp’er minder dan € 38 per uur verdient, er een rechtsvermoeden bestaat dat hij of zij eigenlijk een werknemer is. Verdient een zzp’er minder dan deze ondergrens en doet hij of zij een beroep op het rechtsvermoeden? Dan is het aan de opdrachtgever om te bewijzen dat er géén sprake is van een arbeidsovereenkomst. Als de opdrachtgever niet kan bewijzen dat er géén sprake is van een arbeidsovereenkomst, is er sprake van schijnzelfstandigheid. De zzp’er heeft dan recht op dezelfde bescherming als een werknemer, zoals recht op loondoorbetaling en ontslagbescherming.
Tip
Werkt u met zzp’ers? Houd dan uw contracten en de samenwerking met zzp’ers nog eens tegen het licht. Naast het uurtarief kunnen ook andere zaken, zoals de mate van zelfstandigheid, contractuele afspraken en de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden van belang zijn voor de aanwezigheid van schijnzelfstandigheid.
Nog op oude wijze tijdig terugvragen buitenlandse btw
Bent u btw-ondernemer en hebben ondernemers in een andere EU-lidstaat in 2025 aan u buitenlandse btw in rekening gebracht? Dan kunt u die btw nog steeds terugvragen via de Belastingdienst door in te loggen op een speciale website. De Belastingdienst werkt aan een nieuw IT-systeem, waardoor ook de wijze waarop u teruggaaf van buitenlandse btw moet aanvragen gaat veranderen. Maar zolang dit IT-systeem niet klaar is, blijft de bestaande werkwijze van kracht.
Zodra het teruggaafverzoek is ingediend, stuurt de Belastingdienst dit verzoek binnen 15 dagen door naar de belastingdienst van het EU-land waar de btw wordt teruggevraagd. Duurt dit langer, dan maakt u mogelijk aanspraak op coulancerente. De teruggaafverzoeken moeten uiterlijk op 30 september 2026 bij de Belastingdienst zijn ingediend. Uitstel is niet mogelijk.
Informatieplicht franchisegever
Als een franchisegever een franchiseovereenkomst wil aangaan met een potentiële franchisenemer, moet hij (of zij) eerst een wachttijd van minimaal vier weken in acht nemen. Tijdens deze periode is de franchisegever verplicht om aan de potentiële franchisenemer alle informatie te verstrekken die nodig is om een weloverwogen beslissing te nemen. Deze informatie betreft onder andere:
- het ontwerp van de franchiseovereenkomst en bijlagen;
- de hoogte van de instap- en doorlopende vergoedingen;
- de investeringen die de franchisenemer moet doen;
- de financiële positie van de franchisegever; en
- de financiële gegevens van ten minste één vergelijkbare vestiging.
Deze informatieplicht rust volledig op de franchisegever, ongeacht het feit of de franchisenemer er nadrukkelijk om vraagt. Als de franchisegever niet heeft voldaan aan deze verplichting, kan de franchisenemer de hele franchiseovereenkomst laten vernietigen.
Start tijdelijke verlaging vrachtwagenheffing
In de Kwartaalupdate nr. 2 berichtten wij u over de inwerkingtreding van de vrachtwagenheffing per 1 juli 2026. Per 1 september 2026 worden de tarieven van deze heffing tijdelijk verlaagd met 22,3%. Dit in verband met de gestegen brandstofkosten als gevolg van de crisis in het Midden-Oosten. De verlaging duurt tot eind 2026 en geldt voor alle categorieën vrachtauto’s. Het gemiddelde tarief gaat hierdoor van € 0,191 naar € 0,148 per gereden kilometer.
Wanneer mag u wettelijke rente in rekening brengen?
Wettelijke rente kan worden gevorderd wanneer een schuldenaar een geldsom te laat betaalt. Is de schuldenaar een consument? Dan is vaak eerst een ingebrekestelling nodig, bijvoorbeeld via een aanmaning, voordat u rente kunt eisen. Sinds 1 januari 2026 is de wettelijke rente bij consumentenrelaties vastgesteld op 4%.
Voor handelsovereenkomsten tussen bedrijven onderling of tussen bedrijven en de overheid geldt de wettelijke handelsrente. Deze rente ligt meestal hoger dan de rente voor consumententransacties om bedrijven te beschermen tegen te late betalingen. Wettelijke handelsrente mag alleen worden berekend over directe betalingsverplichtingen uit de handelsovereenkomst zelf. Op 1 juli 2026 is deze rente verhoogd van 10,15% naar 10,4%.
Start tweede aanvraagronde AanZET-subsidie!
Op 29 september 2026 start om 9.00 uur de tweede aanvraagronde van de razend populaire Aanschafsubsidie Zero-Emissie Trucks (AanZET). De subsidie is bedoeld voor de aankoop of (financial) lease van een nieuwe uitstootvrije vrachtauto en is een percentage van de verkoopprijs. Dit percentage is afhankelijk van het type vrachtauto en de grootte van uw bedrijf. Voor middelgrote ondernemingen varieert het subsidiepercentage tussen 12% (maximale subsidie € 29.900) en 21% (maximale subsidie € 83.200). Bij kleine en non-profitorganisaties varieert het subsidiepercentage tussen 14,8% (maximale subsidie € 36.900) en 29% (maximale subsidie € 115.200). In het geval van lease moet de leasemaatschappij de subsidie aanvragen.
Tip
Waarschijnlijk is – net als in voorgaande jaren – de subsidiepot al binnen enkele dagen leeg! Zorg dus dat u de aanvraag tijdig voorbereidt. Gebruik hiervoor de Checklist AanZET.
Milieuprestatie-eisen bij nieuwbouw gewijzigd
Sinds 1 juli 2026 zijn de milieuprestatie-eisen voor een nieuw gebouw gewijzigd. Milieuprestatie-eisen zijn de minimumeisen die bepalen hoe milieuvriendelijk een nieuw gebouw moet zijn. Deze eisen geven aan hoeveel impact de gebruikte materialen en bouwmethoden mogen hebben op het milieu. Denk aan CO2-uitstoot, luchtverontreiniging en waterschaarste. De milieuprestatie-eisen liggen vast in het Besluit bouwwerken en leefomgeving (Bbl). Per 1 juli jl. gelden er strengere milieueisen voor kantoren en is een nieuwe milieuprestatie-eis ingevoerd voor winkels, bedrijfshallen, zorginstellingen en scholen. Voor woningen en sommige kantoren gelden juist soepelere milieuprestatie-eisen.
Milieuprestatie
De milieuprestatie van een gebouw (mpg) wordt berekend aan de hand van milieudata uit de Nationale Milieudatabase. Om de berekening te kunnen maken moet duidelijk zijn welke onderdelen van het gebouw meetellen bij het bepalen van de milieubelasting. Wat meetelt wordt aangegeven in de Omgevingsregeling. Zo tellen mee constructieonderdelen en de infrastructuur voor de opwekking en transport van elektriciteit, aardgas of warmte buiten het gebouw. Maar inrichting en aankleding van het gebouw tellen bijvoorbeeld niet mee. Dat geldt ook voor bouw- en installatietechnische onderdelen van het gebouw die niet echt nodig zijn. Bent u van plan om binnenkort te gaan bouwen of te laten bouwen? Check dan bij het Informatiepunt Leefomgeving aan welke milieuprestatie-eisen het gebouw sinds 1 juli jl. moet voldoen.
Nieuwe kunstmestvervanger beschikbaar
Heeft u als boer last van een overvolle mestmarkt en/of wilt u minder afhankelijk zijn van kunstmest al dan niet uit andere landen? Sinds 12 juni jl. kunt u onder voorwaarden gebruikmaken van Renure. Dit is een hoogwaardige kunstmestvervanger gemaakt van dierlijke mest die voldoet aan Europese criteria ter bescherming van de waterkwaliteit en het milieu. U mag per jaar per hectare landbouwgrond maximaal 80 kilogram stikstof uit Renure gebruiken, bovenop de norm voor stikstof uit dierlijke mest van 170 kilogram stikstof per hectare per jaar. De totale hoeveelheid stikstof die u mag gebruiken, verandert niet. Andere mestsoorten zoals kunstmest tellen mee voor dit maximum. U neemt het gebruik van Renure op in uw bemestingsplan.
Zelf produceren
In plaats van mest af te voeren, wilt u misschien zelf Renure-producten produceren op uw bedrijf. Dat is nu vooral weggelegd voor mestvervoerders en -verwerkingsbedrijven. Zij kunnen in 2026 (voor het laatst) subsidie krijgen voor de (ver)bouw van een (bestaande) mestverwerkingsinstallatie. Het ministerie van Landbouw werkt momenteel aan een subsidieregeling die de productie van Renure op kleinere schaal ook mogelijk moet maken. Die subsidieregeling wordt eind dit jaar of uiterlijk begin 2027 voor het eerst opengesteld. Daarmee komt de bouw van een mestverwerkingsinstallatie wellicht binnen uw bereik. Gaat u Renure-producten produceren? Dan moet u de installatie bij de RVO registreren. Dit geldt ook als u een mobiele installatie heeft gehuurd.
Tips voor de DGA
Afzien van pensioen bij echtscheiding – voorkom een schenking!
Bij echtscheiding is de hoofdregel dat het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen over en weer bij helfte wordt gedeeld. Dat is ongeacht het huwelijksgoederenregime. U kunt daar bij echtscheidingsconvenant en/of huwelijksvoorwaarden van afwijken. Vaak zal het zo zijn dat dan de waarde van de helft van het ouderdomspensioen (het vereveningsdeel) bij wijze van compensatie wordt uitgeruild tegen andere vermogensbestanddelen. Maar als dat niet gebeurt en de pensioenafhankelijke partner ziet af van zijn of haar vereveningsdeel, dan is dat een fiscale schenking, aldus de Kennisgroep Successiewet van de Belastingdienst. Die gaat er namelijk vanuit dat als u bij echtscheidingsconvenant en/of huwelijksvoorwaarden afwijkt van de pensioenverdeling bij helfte en u of uw partner voor het afzien van zijn/haar pensioendeel niet wordt gecompenseerd, er sprake is van een bewuste bevoordelingsbedoeling en dus van een schenking. Er is namelijk sprake van vrijgevigheid en de partner die het pensioen volledig behoudt, wordt verrijkt ten koste van de ander die verarmt.
Pensioen in eigen beheer
Met name bij een pensioen in eigen beheer komt dit best nog weleens voor, zonder dat de partners zich hiervan goed bewust zijn. Laat staan dat de pensioenafhankelijke partner die schenking aan de ex-partner daadwerkelijk gewild en beoogd heeft. In dit laatste geval, waarin er bijvoorbeeld geen goede voorlichting is gegeven over de gevolgen van echtscheiding voor pensioen en er geen bevoordelingsbedoeling was, zou dat geen schenking mogen zijn. De vraag is ook hoe u dat voordeel gaat waarderen en wat als het pensioen uiteindelijk nooit tot uitkering komt? Ouderdomspensioen is een voorwaardelijk recht; u moet immers in leven zijn op pensioendatum en hoe lang leeft u daarna? Dat alles zorgt eigenlijk voor een praktisch onwerkbaar standpunt van de Kennisgroep.
Tip
Overweegt u om bij een echtscheiding af te wijken van de pensioenverdeling bij helfte, laat u dan goed informeren over de gevolgen voor het pensioen en hoe u dit op de juiste wijze moet vormgeven, zodat er geen sprake kan zijn van een schenking.
Begin tijdig met aflossen schulden bij uw bv
De grens waarboven u over schulden bij uw eigen bv box-2-belasting moet betalen is € 500.000. Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor de eigenwoningschuld bij uw bv. Let op: is deze schuld afgesloten ná 31 december 2022, dan geldt deze uitzondering alleen als u een hypotheekrecht hebt verstrekt aan uw bv. Onder eigenwoningschuld valt in dit verband alleen de schuld die u bent aangegaan voor de woning die u als hoofdverblijf gebruikt. Bedragen de overige schulden aan uw eigen bv meer dan € 500.000, dan zult u dit jaar moeten aflossen op deze schulden om aan de box-2-heffing te ontkomen. U heeft hiervoor in beginsel nog tot eind 2026 de tijd. Dan controleert de Belastingdienst de schuldenlast bij uw eigen bv.
Tip
Gaat u een eigenwoningschuld aan met uw eigen bv? Zorg er dan voor dat u een hypotheekrecht verstrekt aan uw bv. Anders valt deze schuld niet onder de uitzondering!
Tips voor de Werkgevers en werknemers
Tijd dringt voor aanvraag SLIM-subsidie mkb
Wilt u een leerrijke werkomgeving creëren in uw mkb-bedrijf? Maak dan gebruik van de SLIM-regeling. Deze subsidiekans helpt u om leren en ontwikkelen op de werkvloer te stimuleren. Er zijn drie activiteiten waarvoor u subsidie kunt krijgen. De eerste betreft de doorlichting van uw onderneming. Daarbij onderzoekt u de scholingsbehoeften in uw bedrijf wat resulteert in een opleidings- of ontwikkelplan. Daarnaast kunt u subsidie krijgen voor de kosten van loopbaan- of ontwikkeladviezen. De derde activiteit betreft de kosten voor het ontwikkelen of invoeren van een leer- en opleidingsmethode. Denk hierbij aan een bedrijfsschool of periodieke ontwikkelgesprekken. De subsidie bedraagt 60% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 24.999 (landbouwbedrijven € 20.000). Het loket voor de tweede aanvraagronde is nog tot en met maandag 7 september 2026 17.00 uur open.
Let op
Voordat u een aanvraag kunt indienen bij Uitvoering van Beleid, moet u zich eerst laten registreren als aanvrager.
Aanpassingen pseudo-eindheffing fossiele auto van de zaak
Stelt u als werkgever vanaf 2027 een personenauto op fossiele brandstof (niet volledig emissievrij) ter beschikking aan een werknemer, die hij/zij privé voor meer dan 500 km gebruikt? Dan moet u in beginsel 12% loonbelasting betalen over de catalogusprijs van de ter beschikking gestelde fossiele personenauto. Onder privégebruik valt in deze regeling ook het woon-werkverkeer! U mag deze zogenoemde ‘pseudo-eindheffing’ niet verhalen op de werknemer. Deze maatregel geldt alleen voor niet volledig emissievrije personenauto’s van de zaak en niet voor bestelauto’s. Naast de pseudo-eindheffing die u betaalt, moet u loonbelasting over de bijtelling inhouden op het loon van de werknemer. Voor fossiele personenauto’s die vóór 2027 ter beschikking zijn gesteld, geldt een overgangstermijn tot 17 september 2030.
Aanpassingen
Sinds de aankondiging van deze pseudo-eindheffingsregeling is er veel kritiek vanuit de sector, waarbij het kabinet werd gewezen op de nodige knelpunten. Daarom stelt het kabinet de volgende aanpassingen voor:
- Geen pseudo-eindheffing voor een vervangende auto tijdens garagebezoek. Deze uitzondering geldt maximaal 14 aaneengesloten kalenderdagen.
- Verlenging van de overgangstermijn van 17 september 2030 naar 1 januari 2031. Daardoor hoeft u uw administratie niet midden in het boekjaar aan te passen.
- Introductie van een beperkte vrijstelling tot 1 januari 2031, waarbij u elk kalenderjaar één keer maximaal 7 aaneengesloten dagen een fossiele personenauto tijdelijk mag aanbieden, zonder eindheffing te betalen. Deze vrijstelling voorkomt dat tijdelijk vervoer, zoals een huurauto, al per 1 januari 2027 volledig elektrisch moet zijn.
- Introductie van een vrijstelling voor lesauto’s.
Op Prinsjesdag 2026 komt er meer duidelijkheid over de precieze inhoud van deze aanpassingen.
Tip
Wilt u nog niet overgaan op elektrisch rijden en optimaal gebruikmaken van de overgangstermijn? Zorg er dan voor dat u op 31 december 2026 uw fossiele wagenpark heeft vervangen én ter beschikking heeft gesteld aan uw werknemers.
Start herstel fouten WIA-uitkeringen
Had u tussen 1 januari 2020 en 31 december 2024 een WIA-uitkering? Dan kan het zijn dat deze te hoog of te laag is berekend. Vanaf 1 september 2026 start het UWV met het herstel van deze fout. U krijgt een brief als u in de genoemde periode een te hoge of te lage uitkering hebt ontvangen. Daarin geeft het UWV aan welke gevolgen dat voor u heeft.
Kreeg u te veel uitkering? Dan hoeft u die niet terug te betalen. Kreeg u te weinig? Dan krijgt u een eenmalige vergoeding die vanaf oktober 2026 zal worden uitbetaald. Deze vergoeding telt niet mee voor uw box-1-inkomen in 2026. Het UWV betaalt de loonheffing rechtstreeks aan de Belastingdienst. Het inkomen heeft daardoor geen invloed op de hoogte van uw toeslagen in 2026. Heeft u de vergoeding aan het eind van het jaar nog op uw bankrekening staan? Dan telt deze wel mee voor uw box-3-vermogen. Dat kan betekenen dat u box-3-heffing moet betalen als uw vermogen op de peildatum 1 januari 2027 hoger is dan de dan geldende vermogensgrens. Laat dan de voorlopige aanslag hierop aanpassen. De hoogte van uw vermogen kan ook van invloed zijn op uw recht op de inkomensafhankelijke regelingen. Daarvoor gelden namelijk – naast inkomensgrenzen – ook vermogensgrenzen.
Tip
Een verhoging of verlaging van uw WIA-uitkering heeft ook gevolgen voor de inkomensafhankelijke regelingen na 2026. Geef dit hogere of lagere inkomen door aan het UWV.
Einde aanvraagperiode subsidieregeling Praktijkleren nadert
Biedt u in uw bedrijf in het studiejaar 2025/2026 praktijk- of werkleerplaatsen aan? Dan kunt u nog tot en met woensdag 17 september 2026 17.00 uur subsidie aanvragen als tegemoetkoming in de begeleidingskosten. Deze subsidieregeling Praktijkleren is bedoeld om mensen beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt. De regeling richt zich vooral op kwetsbare groepen, studenten in sectoren met een dreigend tekort aan gekwalificeerd personeel en op wetenschappelijk personeel. De voorwaarden om voor de subsidie in aanmerking te komen, verschillen per categorie. Het maximale subsidiebedrag is € 2.800 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats.
Afschaffing compensatie transitievergoeding nog onzeker
De afschaffing van de compensatieregeling voor werkgevers die een transitievergoeding betalen aan langdurig arbeidsongeschikte werknemers die na 2 jaar ziekte uit dienst treden, wordt waarschijnlijk toch niet op 1 januari 2027 ingevoerd. Kort voor het zomerreces heeft de Tweede Kamer het daartoe strekkende wetsvoorstel namelijk aangehouden. De Kamer vindt dat werkgevers die zich voldoende hebben ingezet ook daadwerkelijk worden vrijgesteld van de transitievergoeding. Ook werkgeversorganisaties VNO-NCV en MKB-Nederland protesteerden tegen de afschaffing van de compensatieregeling zonder dat de transitievergoeding zelf wordt hervormd. Minister Vijlbrief komt nu waarschijnlijk rond Prinsjesdag met nieuwe voorstellen.
Maak tijdig bezwaar tegen Wtl-beschikking 2025
Uiterlijk eind juli 2026 heeft u de definitieve beschikking Loonkostenvoordeel (LKV) over 2025 ontvangen van de Belastingdienst. Het is verstandig om de Wtl-beschikking goed te (laten) controleren en te vergelijken met de gegevens in uw loonadministratie. Zijn bijvoorbeeld de correcties op de voorlopige beschikkingen die je vóór 1 mei jl. hebt doorgegeven, goed verwerkt? Zijn alle kwalificerende werknemers meegenomen in de beschikking of zitten er fouten in de berekening? Constateert u fouten in de definitieve beschikking, zorg er dan voor dat u binnen 6 weken bezwaar maakt of laat maken. Is de beschikking juist vastgesteld, dan betaalt de Belastingdienst u de tegemoetkoming(en) binnen 6 weken na de datum van de beschikking uit.
Bezwaar maken bij overgang onderneming
Heeft u in 2025 of eerder bij een overgang van een onderneming werknemers overgenomen? Dan heeft u misschien recht op een LKV voor deze werknemers. Dat is aan de orde als u werknemers heeft overgenomen van wie de doelgroepverklaringen op het moment van de overgang nog geldig waren. Dan gaat het recht op het LKV vanaf de overgang voor de resterende duur naar u over. U moet wel (een kopie van) de geldige doelgroepverklaringen van de overgenomen werknemer(s) in uw administratie hebben opgenomen en het LKV over 2025 voor deze werknemers uiterlijk 1 mei jl. in de aangifte loonheffingen (of met een correctiebericht) hebben aangevraagd.
Tip
Controleer of deze werknemers met een juiste LKV in de Wtl-beschikking 2025 staan. Zo niet, maak dan tijdig bezwaar.
Bent u al klaar voor de Wtta?
De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) introduceert per 1 januari 2027 een verplichte toelating voor ondernemingen die arbeidskrachten ter beschikking stellen. Uitleners moeten via een inspectierapport aantonen dat zij voldoen aan wettelijke eisen, zoals rechtmatige tewerkstelling, correcte contracten en een juiste personeels-, salaris- en financiële administratie. Leent u personeel in? Dan mag u vanaf 2027 uitsluitend samenwerken met toegelaten uitleners en moet u verschillende schriftelijke bewijsstukken in uw administratie vastleggen.
Tip
Bent u uitlener? Controleer dan in hoeverre uw organisatie al voldoet aan de Wtta en bereidt u tijdig voor. Hoe, dat leest u in dit stappenplan van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, die zal toezien op de naleving van de nieuwe regels.
Tips voor elke belastingbetaler
Verbeteringen Wet werkelijk rendement box 3
De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 toch niet voor het zomerreces aangenomen. Een deel van de Eerste Kamer heeft met name grote moeite met het feit dat mensen vanaf 2028 belasting moeten betalen over ongerealiseerde winsten. Om te voorkomen dat de Eerste Kamer het gehele wetsvoorstel zou afwijzen, zegde het kabinet verbeteringen toe. Die zullen worden opgenomen in een novelle en op Prinsjesdag 2026 bekend worden gemaakt. Daarna moet de novelle zowel door de Tweede als de Eerste Kamer worden goedgekeurd.
Einduitspraak massaalbezwaarplusprocedures box 3
Eind juni 2026 heeft de Hoge Raad, de hoogste belastingrechter, uitspraak gedaan in de zogenoemde ‘massaalbezwaarplusprocedures’. Daarin stond de vraag centraal of belastingplichtigen die geen (of niet tijdig) bezwaar hadden gemaakt tegen de box-3-heffing in de aanslagen inkomstenbelasting 2017 tot en met 2020 toch ook recht hadden op rechtsherstel. Net als belastingplichtigen die wel tijdig bezwaar hadden gemaakt.
De Hoge Raad heeft de niet-bezwaarmakers geen gelijk gegeven. Het rechtsherstel is gebaseerd op het zogenoemde ‘Kerst-arrest’ dat de Hoge Raad wees op 24 december 2021. De box-3-heffing van de niet-bezwaarmakers stond toen al definitief vast. Het Kerst-arrest kwalificeert dan als ‘nieuwe jurisprudentie’, waardoor geen vermindering kan worden verleend. Alleen de minister van Financiën had nog uitkomst kunnen bieden, maar die heeft dat niet gedaan.
Regel uw digitale nalatenschap
Het klassieke erfrecht is ingericht op stenen, bankrekeningen en polissen. Niet op wachtwoorden, accounts en data. Wilt u voorkomen dat uw nabestaanden na uw overlijden geen toegang hebben tot uw digitale nalatenschap, dan zult u dit bij leven moeten regelen. Uw digitale nalatenschap is alles wat online achterblijft. Denk hierbij aan: e-mailaccounts, social media, cloudopslag, abonnementen, online bankrekeningen en cryptovermogen. Als u hiervoor niks regelt, is de kans groot dat uw nabestaanden geen toegang hebben tot belangrijke accounts. Platforms werken namelijk nauwelijks mee en verwijzen naar privacyregels, terwijl die na overlijden juist vervallen. Het gevolg: telefoons moeten worden gekraakt, abonnementen lopen door en waardevolle of persoonlijke data blijven onbereikbaar. Niet zelden blijven digitale profielen jarenlang actief, met alle risico’s van dien, zoals identiteitsfraude of ongewenste zichtbaarheid.
Vooraf regelen
Wilt u dat uw nabestaanden na uw overlijden toegang hebben tot uw digitale nalatenschap? Onderneem dan de volgende acties:
- Maak een compleet overzicht van alle accounts en digitale bezittingen.
- Leg de toegang vast via een wachtwoordmanager, digitale kluis of notaris.
- Wijs een vertrouwenspersoon aan die bevoegd is om accounts te beheren of te beëindigen.
- Zorg voor toegang tot uw telefoon, onder andere vanwege tweestapsverificatie.
- Scheid belangrijke bestanden, bijvoorbeeld via een externe opslag.
Tip
Nabestaanden doen er verstandig aan om het telefoonabonnement van de overledene niet direct op te zeggen. De toegang tot accounts loopt vaak via sms-verificatie en zonder dat nummer komt u nergens binnen.
Uitvoering 30-jaarstermijn hypotheekrenteaftrek groot vraagteken
Sinds de invoering van de Wet IB 2001 is de hypotheekrenteaftrek gemaximeerd op 30 jaar. Vanaf 2031 kan de hypotheekrenteaftrek hierdoor dus gaan vervallen. De vraag is alleen hoe wordt bepaald dat de 30-jaarstermijn van een lening is verstreken. Dat lijkt wellicht eenvoudig, maar dat is het bepaald niet. Door allerlei omstandigheden (denk aan: verhuizingen, verbouwingen, huwelijken, echtscheidingen en overlijden), waarbij leningen zijn overgesloten of nieuwe leningen zijn aangegaan, kan het een hele exercitie worden om dit per leningdeel te bepalen. Hoe de 30-jaarstermijn moet worden uitgevoerd is (nog) niet bekend. De Belastingdienst beschikt daarvoor namelijk niet over voldoende gegevens. Dat geldt evenzeer voor de hypotheekverstrekkers. Ook u als belastingplichtige zal in veel gevallen geen idee hebben wanneer welk leningdeel de 30-jaarstermijn heeft bereikt. Er is inmiddels wel een lijvig rapport hierover verschenen, waarin oplossingsrichtingen zijn voorgesteld. Het kabinet heeft tot nu toe nog niet op de inhoud van dit rapport gereageerd. Zodra er meer duidelijkheid is over de wijze waarop uitvoering zal worden gegeven aan de 30-jaarstermijn komen we hierop terug.
Maximale renteaftrekpercentage
Staatssecretaris Eerenberg heeft aangegeven dat het maximale aftrekpercentage van de hypotheekrente de komende jaren gekoppeld blijft aan de hoogte van het tarief in de tweede belastingschijf. Dat percentage zal in 2027 waarschijnlijk stijgen naar 38,19% en naar structureel 38,23% in 2028. Dit is het jaar waarin de Wet werkelijk rendement box 3 moet ingaan. Leningen waarvan de 30-jaarstermijn is verstreken, gaan vanaf 2031 verplicht over van box 1 naar box 3. Dit heeft tot gevolg dat belastingplichtigen die geen belast box-3-vermogen hebben hun renteaftrek verliezen. Belastingplichtigen die wel (voldoende) belast box-3-vermogen hebben kunnen de lening dan tegen 36% in aftrek brengen op het overige box-3-vermogen. Per saldo verliezen zij hun aftrek slechts minimaal.
Telemarketing verder beperkt
Telemarketingbedrijven mogen u als consument alleen bellen als u hiervoor toestemming hebt gegeven of als u klant bent. Op 1 juli 2026 is telemarketing verder beperkt. Sindsdien mag u ook niet meer ongevraagd gebeld worden als u klant (geweest) bent. De strenge regels gelden niet voor:
- goede doelen;
- loterijen die geld geven aan goede doelen;
- uitgevers van dag- en weekbladen en tijdschriften.
In deze uitgave is de stand van zaken in wet- en regelgeving verwerkt tot en met 11 augustus 2026. Hoewel ten aanzien van de inhoud de uiterste zorg is nagestreefd, kan niet volledig worden ingestaan voor eventuele (druk)fouten en onvolledigheden. De redactie, de uitgever en de verspreider sluiten bij deze de aansprakelijkheid hiervoor uit. Voor een toelichting kunt u altijd contact met ons opnemen.

